icon-phone arrow icon-search mail pinterest google-plus facebook instagram twitter youtube linkedin whatsapp

Pacht gaat voor, verstekvonnis van kantonrechter gaat niet door.

Pacht gaat voor, verstekvonnis van kantonrechter gaat niet door.
 
In een recent nog ongepubliceerd vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland locatie Leeuwarden van 12 juni 2018 , heeft de kantonrechter bij verzetvonnis het verstekvonnis van dezelfde kantonrechter vernietigd.
 
Verstekvonnis van de kantonrechter betrof pacht
 
De reden hiervoor was gelegen in het feit dat er sprake was van een pachtzaak, die door de eiser echter bij de kantonrechter en niet bij de pachtkamer was aangebracht. Tussen beide partijen was er al eerder een soortgelijke zaak behandeld en wel door de pachtkamer. In de verstekzaak had de eiser gevorderd dat zijn broer, de gedaagde, hem de kosten moest vergoeden die de eiser beweerdelijk gemaakt had omdat de gedaagde broer het gepachte land bij de einde van de pacht niet goed had opgeleverd.
Bij de verzetdagvaarding was vermeld ‘gedagvaard voor de kantonrechter (pachtkamer)’. Na ontvangst van de verzetdagvaarding wees de kantonrechter op 24 april 2018 een tussenvonnis met de volgende overweging 2.3:
Artikel 1019 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) bepaalt dat, kort gezegd, pachtzaken worden behandeld door de pachtkamer als bedoeld in artikel 48 Wet op de Rechterlijke Organisatie en niet door de kantonrechter. Gelet op de verzetdagvaarding stelt opposant zich kennelijk op het standpunt dat het geschil tussen partijen een pachtzaak betreft en dat de pachtkamer van de rechtbank deze zaak verder moet behandelen. De inhoud van de inleidende dagvaarding van geopposeerde wijst ook in die richting, waarbij de kantonrechter aantekent dat artikel 1019 Rv een ruime reikwijdte heeft. In dat geval echter is de zaak door geopposeerde op onjuiste wijze aangebracht en zal verwijzing naar de pachtkamer moeten plaatsvinden, waarna de procedure in verzet kan worden voortgezet.
 
Verzetdagvaarding bij verkeerde instantie?
 
De kantonrechter gaf vervolgens de geopposeerde de gelegenheid zich hierover uit te laten. In de verzetprocedure voerde de geopposeerde vervolgens aan dat daarmee de verzetdagvaarding bij de verkeerde instantie was aangebracht en het verzet derhalve niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Op 12 juni 2018 (zaak/rolnummer 6810771\CV EXPL 18-2730) oordeelde de kantonrechter:
2.2. Anders dan door geopposeerde is gesteld is de kantonrechter van oordeel dat opposant met zijn verzet tegen het verstekvonnis van 13 februari 2018 bij de kamer voor kantonzaken (pachtkamer) van de rechtbank op juiste wijze en bij de juiste rechter tegen dit vonnis verzet heeft aangetekend. Het verzet is aangebracht bij de kamer voor kantonzaken en aan de tussen haakjes geplaatste toevoeging ‘pachtkamer’ kan naar het oordeel van de kantonrechter niet de conclusie worden verbonden die geopposeerde daar aan verbindt.
2.3. Uit de inhoud van de inleidende dagvaarding kan naar het oordeel van de kantonrechter verder niet anders worden afgeleid dan dat de zaak betrekking heeft op een pachtovereenkomst. De vordering van geopposeerde heeft betrekking op (gestelde) schade na oplevering van het gepachte en een dergelijke vordering behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de pachtkamer. De conclusie moet zijn dat de zaak bij de verkeerde rechter is aangebracht en dat er vervolgens ten onrechte een (verstek)vonnis door de kantonrechter is gewezen.
2.4. Volgens artikel 1019k lid 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), welke bepaling aansluit bij artikel 72 Rv, verklaart de rechter zich ambtshalve onbevoegd indien een zaak die behoort tot de bevoegdheid van de pachtkamer bij hem is aangebracht.
2.5. Het verstekvonnis kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven en zal moeten worden vernietigd. De kantonrechter zal zich voorts onbevoegd verklaren en de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar de pachtkamer van deze rechtbank. Aangezien de pachtkamer het verstekvonnis van de kantonrechter niet kan vernietigen, zal de kantonrechter het verstekvonnis van 13 februari 2018 vernietigen. Het verzet slaagt in zoverre.
Conclusie
 
De conclusie is uiteraard dat alles wat ruikt naar pacht behandeld moet worden door de pachtkamer en niet de ‘gewone’ kantonrechter. Overigens is de kantonrechter die dit verzetvonnis gewezen heeft ook voorzitter van de pachtkamer en had deze het eerdere geschil tussen de beide broers al in die hoedanigheid beslist.
Drachten, 26 juni 2018 Just Hamming

JuistJust! Advocatuur & Advies
Van Knobelsdorffplein 10
Marqant, 3e verdieping
9203 EJ Drachten