icon-phone arrow icon-search mail pinterest google-plus facebook instagram twitter youtube linkedin whatsapp

Kort geding overdracht fosfaatrechten

Kort geding overdracht fosfaatrechten

Op 1 maart 2018 dient er bij de voorzieningenrechter de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden om 13.15 uur een kort geding.  Dit kort geding wordt door mr. J.M.E. Hamming namens de uitschaarder van vee tegen de inschaarder van diens vee aangespannen. Inzet is de overdracht van aan de inschaarder toegekende fosfaatrechten vóór 1 april 2018. De uitschaarder, die in 2015 voor 4 maanden zijn vee had uitgeschaard, meent hier om verschillende redenen aanspraak op te kunnen maken, onder meer omdat hij vindt dat de inschaarder ongerechtvaardigd verrijkt is. De inschaarder wenst hier echter niet aan mee te werken.
 

Fosfaatrechten reduceren de veestapel

Met de wijziging van de Meststoffenwet zijn per 1 januari 2018 de zogenaamde fosfaatrechten ingevoerd. De reden hiervoor is dat Nederland de afgelopen tijd het door de Europese Commissie opgelegde fosfaatplafond meerdere malen heeft overschreden, waardoor de zogenaamde derogatie in gevaar komt. Met de invoering van het systeem heeft een boer  fosfaatrechten per 1 januari 2017 nodig om zijn mest legaal te mogen verwerken. Verwerking zonder deze fosfaatrechten levert een economisch delict op, waarbij hoge boetes opgelegd kunnen worden, een strafblad kan ontstaan en wederrechtelijk verkregen voordeel ontnomen kan worden. Doel is om het aantal kilogrammen fosfaten in het grond- en oppervlakte water omlaag te krijgen door reductie van de veestapel.
 

Fosfaatrechten toegekend: peildatum 2 juli 2015

De overheid heeft de vee houdende boeren fosfaatrechten toegekend naar rato van het aantal stuk vee dat zij per 2 juli 2015 op hun naam bij de RVO, de Rijksdienst voor Ondernemers, geregistreerd hadden. Op dit aantal stuks vee, omgerekend naar GVE (groot Vee Eenheid), is vervolgens een generieke korting toegepast van ongeveer 8,3%. Daarmee wordt beoogd de Nederlandse rundveestapel zodanig omlaag te brengen, dat het fosfaatplafond niet langer  overschreden wordt. Omdat de fosfaatrechten overdraagbaar zijn gemaakt (men kan dit overschrijven via www.mijnrvo.nl), hebben de fosfaatrechten echter waarde gekregen. Op dit moment schommelt de prijs net onder de € 200,00 per kilogram. Ook gedurende het jaar kunnen fosfaatrechten nog worden overgedragen en een boer die ziet dat hij onvoldoende fosfaatrechten heeft, zal uiteraard voor 31 december van dat jaar nog fosfaatrechten willen bijkopen. Echter, bij overdracht wordt er door de overheid 10% van de over te dragen fosfaatrechten afgeroomd ten behoeve van een zogenaamde fosfaatbank. Uit deze fosfaatbank worden fosfaatrechten toegekend voor jonge startende boeren en aan zogenaamde knelgevallen.
 

Toekenning van fosfaatrechten zegt niets over aan wie die rechten civielrechtelijk toekomen

De fosfaatrechten worden dus toegekend op grond van het aantal stuks vee dat een boer op 2 juli 2015 bij de RVO op zijn naam geregistreerd had. Echter, dat wil niet per sé zeggen dat die boer ook eigenaar van het vee was. Een gebruikelijke handelswijze in de agrarische sector is namelijk het in- en uitscharen. Uitscharen wil zeggen dat de eigenaar van het vee dat tijdelijk ergens anders stalt op grond van verschillende argumenten, zoals bijvoorbeeld (tijdelijk) te weinig stallingsruimte of om gezondheidsredenen. De uitschaarder schrijft het vee dan administratief uit bij de RVO, waarna dit door de inschaarder administratief wordt in geschreven bij datzelfde RVO. De eigendom van het vee blijft bij de uitschaarder. De overheid heeft bij de toekenning van de fosfaatrechten met als peildatum 2 juli 2015 echter geen rekening gehouden met de in-of uitscharing van vee.  De fosfaatrechten werden immers toegekend aan degene die het vee op zijn naam had geregistreerd bij de RVO. Deze datum is achteraf door de overheid vastgesteld en partijen konden daar dus ten tijde van de contractsvorming nog geen rekening mee houden. De uitschaarder vindt dit, als eigenaar van het vee, het toekennen van de fosfaatrechten aan de inschaarder onrechtvaardig. De uitschaarder stelt dat de inschaarder door toekenning van de fosfaatrechten namelijk ongerechtvaardigd verrijkt is. Het vee was namelijk gedurende de peildatum slechts voor 4 maanden eenmalig uitgeschaard. Op grond van het eerder geldende fosfaatreductieplan had de inschaarder voor het jaar 2017 wel mee gewerkt aan de overdracht van de tijdelijke fosfaatrechten aan de eigenaar van het vee. Voor 2018 wenst hij dat niet te doen en probeert hij de fosfaatrechten, die een waarde hebben van ongeveer € 110.000,00, te verleasen.
 
De RVO, dat hier geen standpunt over inneemt, heeft, net als onder het fosfaatreductieplan 2017, wel een mogelijkheid gecreëerd dat er zonder afroming voor 1 april 2018 door de inschaarder fosfaatrechten aan de uitschaarder worden overgedragen. Overdracht ná 1 april 2018 heeft echter een afroming van 10% van de fosfaatrechten tot gevolg. Het belang van de cliënt, de uitschaarder, is dus gelegen in een overdracht vóór 1 april 2018. De voorzieningenrechter zal een oordeel moeten geven over aan wie -civielrechtelijk gezien – de fosfaatrechten toekomen. Voor andere zaken kán dit een richtinggevende uitspraak worden, ook als de overdracht pas na 1 april 2018 plaats vindt.
 
Just Hamming, Drachten, 11 februari 2018

JuistJust! Advocatuur & Advies
Van Knobelsdorffplein 10
Marqant, 3e verdieping
9203 EJ Drachten