icon-phone arrow icon-search mail pinterest google-plus facebook instagram twitter youtube linkedin whatsapp

Procedure tegen Staatsbosbeheer gewonnen over noodweg.

Procedure tegen Staatsbosbeheer (SBB) gewonnen over noodweg.
 
Bij vonnis van 13 juni 2018  met rolnummer C/17/157866 / HA ZA 17-266 heeft de rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden de vordering van mijn cliënte tot het aanwijzen van een noodweg ex artikel 5:57 lid 1 BW  toegewezen. Cliënte woonde reeds sedert 1989 in haar woning te Jubbega. Voor haar woning lag een zogenaamde wiek, een sloot gebruikt voor veenafgraving. Ooit tijdens een ruilverkaveling, was aan het perceel van cliënte een recht van weg toegekend om te komen en te gaan ten laste van het perceel van haar buren, dat rechts van haar perceel gelegen was. Echter, dit recht was volgens een rechtbankprocedure uit 2013 tegen haar buren verjaard voor zover dat inhield om met de auto te komen en te gaan, maar bleef bestaan voor zover dat gebruik met fiets of te voet gebeurde. Bomen die er meer dan 20 jaar stonden, verhinderden namelijk het gebruik met de auto.
 
Bezit van een erfdienstbaarheid?
 
Om met de auto te komen en te gaan was cliënte aangewezen om circa 80 meter over het karrespoor van het links naastgelegen perceel te rijden, tot zij bij een dam kwam, waarbij zij de wiek kon oversteken. De dam was in een ver verleden volgens de overlevering door haar rechtsvoorganger aangelegd, doch daar was geen bewijs van aanwezig. Cliënte meende dat zij gedurende meer dan 20 jaar het bezit had gehad van een recht van erfdienstbaarheid, omdat zij al in navolging van haar rechtsvoorgangers vanaf 1989  van het pad gebruik maakte, dit onderhield door middel van grasmaaien en het met puin verhelpen van gaten in het pad, door het plaatsen van reflectorpaaltjes langs het pad en door de aanwezigheid van brievenbus nabij de dam, terwijl volgens haar het karrespoor enkel en alleen naar haar huisperceel leidde, zodat zij dit recht per 1 januari 2012 (20 jaar na de mogelijkheid van vestiging van niet voortdurende erfdienstbaarheden) verkregen had. Subsidiair stelde zij dat zij een recht op een noodweg kon doen gelden.
 
De eigenaar van het perceel, Staatsbosbeheer, betwistte dat de dam door de rechtsvoorgangers van cliënte was aangelegd, stelde dat zij dat zelf in het verleden moest hebben gedaan (waar geen bewijs van voorhanden was), terwijl de brievenbus van cliënte op gemeentegrond voor de dam stond en dat het pad ook gebruik werd voor onderhoud van de wiek en regelmatig door voetgangers die hun honden in het achtergelegen bosje uitlieten, dat in het kader van de ruilverkaveling was aangelegd. Staatsbosbeheer vorderde een verbod tot gebruik van het pad door cliënte op straffe van een dwangsom en wenste daarnaast schadevergoeding ad € 20.000,00 voor beschadiging van het pad, omdat cliënte dit pad in het verleden met dakpangruis had verhard.
 
Rechtbank: geen bezitsdaden
 
De rechtbank oordeelde dat nu door cliënte onvoldoende weersproken was dat het pad ook wel eens door wandelaars gebruikt werd en voorts niet vast stond dat de dam door de rechtsvoorganger van cliënte aangelegd was, terwijl de brievenbus op gemeentegrond stond, dat er onvoldoende reden was om aan te nemen dat er gedurende 20 jaar bezit was van een erfdienstbaarheid door cliënte. Daarbij speelde ook een rol dat cliënte in de procedure uit 2013tegen haar buren had gesteld dat het gebruik van het pad van SBB door SBB gedoogd werd, hetgeen nu juist een contra indicatie van bezit was. Ook het feit dat het karrespoor op een perceel was dat publiek eigendom was, woog ten nadele van cliënte mee.
 
Wel recht van noodweg
 
Echter, omdat de enige weg om met de auto te komen en te gaan via het karrespoor over het perceel van Staatsbosbeheer was, wees de rechtbank wel het recht van noodweg toe over dit perceel, zeker omdat dit gebruik al jarenlang op deze wijze geschiedde. De rechtbank stelde echter geen redelijke vergoeding vast, omdat SBB te weinig gesteld had dat zij daadwerkelijk schade leed. Zij had enkel en alleen haar eigen rentmeester de waarde van het pad voor het perceel van cliënte laten berekenen.
 
Recht van noodweg impliceert gebruik met de auto.
 
Verder bepaalde de rechtbank dat het niet nodig was expliciet te bepalen dat het recht van noodweg inhield te komen en te gaan met de auto, omdat uit de enkel aanwijzing tot noodweg reeds volgde dat het gebruik per auto was toegestaan.
Kortom, cliënte kan de komende jaren gewoon over het pad blijven komen en gaan met haar auto, zonder dat zij Staatsbosbeheer een vergoeding verschuldigd is. Staatsbosbeheer werd veroordeeld in de proceskosten in conventie en reconventie. Hoger beroep staat nog open tot 13 september 2018.
 
17 juni 2018, Just Hamming, advocaat te Drachten
 

JuistJust! Advocatuur & Advies
Van Knobelsdorffplein 10
Marqant, 3e verdieping
9203 EJ Drachten