DE ADVOCAAT ALS CHOCOLATIER
Als advocaat in civiele zaken bepaal jij wat er in de processtukken komt te staan, uiteraard in samenspraak met je cliënt. Je bent als ware een vertaler van het gewoon Nederlands naar het juridisch Nederlands en maakt een selectie uit hetgeen jouw cliënt je vertelt. Maar als advocaat heb je wel een eigen verantwoordelijkheid voor de inhoud van de stukken en daar kun je ook op aangesproken worden, bijvoorbeeld indien je je richting de wederpartij onnodig grievend uitlaat. Dan ligt een gegronde tuchtrechtelijke klacht op de loer.
CLIËNT WIL PER SÉ VISIE GEVEN
Maar sommige cliënten hebben een enorme drang om hun visie te geven, terwijl jij als advocaat denkt dat je daar eigenlijk geen chocola van kunt maken. Een bekende processuele ‘truc’ is dan om een akte te maken met het relaas van cliënt als productie. In mijn ervaring is dit stuk dan meestal een schrijfsel vol met emotie, waarmee een rechter maar bitter weinig mee kan en ik probeer de cliënt daar dan ook altijd van te overtuigen dat het niet zinvol is om zo’n stuk te overleggen. Een comparitie (zitting bij de rechter) is veel beter geschikt om emoties te ventileren en die emoties worden ook door de rechter begrepen en benoemd. Ze krijgen daar ook de nodige trainingen voor.
EMOTIES IN PROCESSTUKKEN DOEN HET VAAK NIET GOED
Desondanks laten sommige cliënten zich niet door hun advocaat overtuigen en dringen dan zeer sterk aan op het zelf schriftelijk geven van hun persoonlijke en emotionele visie. Dat dit niet altijd goed valt bij een rechter, blijkt uit het volgende arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2019 ECLI:NL:GHARL:2019:2708 in kort geding.
De cliënt had stopzetting geëist van de executie van een hypotheekrecht door de Rabobank mede namens de Friesland Bank. Bij akte was door de advocaat een stuk van de cliënt overgelegd, waar hij kennelijk zelf geen chocola van kon maken. Echter, datzelfde gold voor het hof, blijkens de overwegingen:
‘Het hof stelt vast dat de door [appellant] bij antwoordakte overgelegde productie een omvangrijk schriftelijk betoog van [appellant] zelf is. De status van dat stuk is het hof onduidelijk. Het stuk is bovendien, minst genomen, weinig coherent en (daardoor) voor het hof nauwelijks begrijpelijk. Uit de akte blijkt niet wat de functie van het stuk is en op welke onderdelen van het stuk [appellant] zich beroept. Het hof zal het om deze redenen buiten beschouwing laten. Van het hof kan niet verwacht worden dat het probeert een duiding te geven aan lange cryptische teksten zonder dat het processtuk waarbij het stuk is gevoegd duidelijk maakt op welke onderdelen van het stuk een beroep wordt gedaan en wat het stuk wil zeggen.’
BITTERE CHOCOLADE
Achteraf bezien was het produceren van dit stuk dus volstrekt zinloos en irriteerde dat het hof alleen maar. Verplichte advocatenbijstand is er dan ook niet voor niets en advocaten moeten dus nog beter hun best doen om emoties van cliënten de goede kanalen te leiden en uitleggen dat het hof een professionele benadering van het geschil wenst. Anders smaakt de chocolade wel heel erg bitter.
Overigens werd de vordering voor deze cliënt ook in hoger beroep afgewezen en mocht de executie daarom door de Rabobank voorgezet worden. Dit had dus sowieso een bittere nasmaak voor deze cliënt.